Waarom zingen we Bhajans?

Bhajan betekent liefhebben of aanbidden. Bhajans zijn simpele liederen in het Sanskrit, Hindi of andere gerelateerde talen, die de liefde voor Bhagwan bezingen. Door deze energie van Bhagwan aan te roepen, wordt de geest gekalmeerd, worden obstakels verwijderd en komen we weer in contact met onze ware natuur.

De basis van Bhajans ligt in de teksten van de Sam Veda, de tweede Ved. Deze teksten zijn anders dan de Shloka’s in het Sanskrit, ze zijn makkelijker op te zeggen en de klanken zijn vertrouwelijker, waardoor het veel mensen aanspreekt. In de loop der tijd zijn er verschillende Bhajan tradities ontstaan, zoals Nirguni, Gorakhanathi, Vallabhapanthi, Ashtachhap, Madhura-bhakti. Tijdens de middeleeuwen, hebben devoten zoals Tulsidas, Surdas, Meera Bai en Kabir bekende Bhajans geschreven en gecomponeerd.

Bhajans worden gezongen in een groep van Bhakts (devoten), begeleid door een voorzanger. De klanken, de toon en de herhaling van woorden hebben een rustgevend, bijna hypnotiserend effect op mensen. Door het ritme en de melodie is een Bhajan vaak een collectief gebeuren. Dit is dan ook het doel van het samen zingen, ook wel Satsang genoemd; dat elk individu harmonisch gefocust is op de naam van Bhagwan door middel van de zang en het ritme, waarbij de gezamenlijke vibratie één gedachte is; Bhagwan. Het gezamenlijk zingen van Bhajans vermindert stress, verkleint het ego en bevordert rust. Men sluit vaak zijn of haar ogen bij het zingen voor de ultieme concentratie, en zit op de grond om één te zijn met Dharti Mata (Moeder Aarde).

Over de hele wereld, worden er Bhajans gezongen door jong en oud, omdat de teksten en klanken door een ieder op te pakken zijn. Complexe spirituele praktijken worden op een begrijpbare manier gezongen, en tegelijk uitgelegd. Elke stam, dorp, volksgemeenschap of andere groep hanteert zijn eigen melodie en muziekinstrument. Traditioneel worden voor dit soort muziek het harmonium en de tabla gebruikt.