Maharana Prataap Singh

Wanneer een persoon ervoor kiest om zijn leven te wijden aan het bereiken van een groots doel, dan heeft hij niet de garantie dat hij dit doel zelf ook zal bereiken. Met zijn handelingen kan hij echter zeker ervoor zorgen dat zijn opvolgers dichterbij het doel komen en hen dusdanig inspireren dat zij doorgaan op de ingezette weg, waardoor zij uiteindelijk het doel bereiken. Een persoon die dit gegeven aan de hand van zijn leven heeft laten zien, is Maharana Prataap Singh.

Geboorte & jeugd

Prataap wordt geboren in Vikram Samvat 1597 op Jyeshta Shukla Tritya (9 mei 1540 AD) als zoon van Maharana Udai Singh II en Rani Jeevanti Kanwa. Het Indiaas subcontinent bevindt zich in een woelig tijdperk na de inval van de Mughals in 1526 AD en de machtstrijd die ontstaan is ten gevolge hiervan. Als zoon van de koning van Mewar, een deel van het huidige Rajasthan, heeft Prataap hier van jongs af aan mee te maken. Mewar is een onafhankelijke staat die grenst aan het Mughal rijk en de Mughal keizer Akbar wil het land maar al te graag inlijven. Koning Udai Singh II verzet zich moedig en weet lang stand te houden, maar in 1568 AD lukt het de Mughals toch om de hoofdstad Chittor en het oostelijke deel van Mewar te veroveren. Udai Singh II vlucht met zijn gezin naar Udaipur, waarvandaan hij het verzet voortzet.

Kroning & verzet

Na enige jaren vanuit Udaipur geregeerd te hebben overlijdt Udai Singh II in 1572 AD. Na zijn dood neemt Prataap de rol van zijn vader over en wordt hij gekroond tot Maharana Prataap Singh. In de daaropvolgende jaren probeert de Mughal keizer Akbar hem herhaaldelijk over te halen zich te onderwerpen aan hem. De Maharana kan blijven regeren over Mewar zolang hij Akbar erkent als zijn keizer en hem dient. Prataap weigert dit elke keer en stelt dat de Sisodia Rajputs (de dynastie waartoe Prataap behoort) nooit een buitenlandse vorst als heerser hebben geaccepteerd. Een voorbeeld is zijn grootvader Maharana Sangram Singh die heeft gestreden tegen de grootvader van Akbar, Babur, voor de onafhankelijkheid van Mewar. Ondanks het feit dat hij ziet dat vele Rajput koningen zich onderwerpen aan Akbar en met hem samenwerken om een deel van hun eigen macht te behouden, kiest Prataap voor volledige onafhankelijkheid en zelfstandigheid.

De slag van Haldighati

De keuze van Prataap leidt uiteindelijk tot de slag van Haldighati die plaatsvindt in 1576 AD. Samen met een Afghaanse bondgenoot Hakim Khan Sur en strijders van de Bhil stammen die wonen in de omliggende heuvels van Aravalli, staat Maharana Prataap Singh (volgens de overlevering) met 8.000 man tegenover een enorm leger van Akbar en zijn vele Rajput bondgenoten dat bestaat uit 26.000 man. Dit leger wordt aangevoerd door Raja Man Singh, een oude bekende van Maharana Prataap Singh. Man Singh was jaren geleden als afgezant van Akbar afgereisd naar Mewar om Prataap te overtuigen zich aan te sluiten bij de Mughals.

Prataap deelt zijn leger op in vijf divisies die onder leiding staan van de generaals Hakim Khan Sur (Afghanen), Bhamashah, Jhala Maan, Rao Poonja (Bhil) en hemzelf. Met deze vijf divisies kiest hij voor een frontale aanval, waarmee hij de tegenstander hoop te overrompelen. De overrompelingstactiek lijkt in het begin te werken en het lukt om twee van de vijf divisies van de Mughals op te breken. De Mughal divisies weten niet wat hun overkomt en slaan op de vlucht. De zware minderheid aan manschappen en het ontbreken van reserve troepen zorgen er echter voor dat het niet lukt om door te stoten en ook de overige divisies van de tegenstander op te breken.

Wanneer Maharana Prataap ziet dat de Mughals aan kracht winnen, weet hij dat er nog maar één manier over is om het tij te keren, namelijk het doden van de legerleider Raja Man Singh. Hij richt zich met zijn paard Chetak op de strijdolifant van Man Singh en stormt op hem af. Op het laatste moment maakt Chetak een sprong en werpt Prataap zijn speer richting Man Singh. Deze duikt echter weg en weet de aanval op deze manier te overleven. Tijdens de aanval raakt Chetak dodelijk gewond aan één van zijn benen.

Na deze mislukte poging van Maharana Prataap blijft zijn leger moedig doorvechten. De grote strijdkracht van de Mughals sluit hen echter steeds meer in en het wordt steeds duidelijker dat ze de strijd zullen verliezen. Generaal Jhala Maan realiseert zich dat de slag verloren is, maar dat de oorlog gewonnen kan worden zolang hun leider Maharana Prataap Singh blijft leven. Hij bedenkt een list waarbij hij de koninklijke ornamenten van Prataap aandoet en de Mughals afleidt. De Maharana kan hierdoor ontsnappen, maar helaas kost deze actie Jhala Maan het leven.

Ballingschap & wederopstanding

Prataap vlucht op zijn gewonde paard Chetak met enkele medestanders richting de heuvels van Aravalli. Onderweg overlijdt Chetak aan zijn verwondingen. Het feit dat hij ondanks zijn verwondingen zijn meester trouw is blijven dienen, heeft ervoor gezorgd dat de naam van Chetak onlosmakelijk is verbonden met die van Maharana Prataap.

De slag van Haldighati heeft Maharana Prataap veel gekost. Hij is vele van zijn vrienden, een groot deel van zijn leger en zijn hele koninkrijk kwijtgeraakt. Dit zijn genoeg redenen om de strijd op te geven, maar Prataap beseft zich dat zijn verantwoordelijkheid richting het volk van Mewar niet is verdwenen door het verlies van de slag. Hij is nog steeds verantwoordelijk voor hun veiligheid en vrijheid. Hij besluit om zijn strijd vanuit de heuvels en bossen voort te zetten met de beperkte middelen en manschappen die hij heeft.

Maharana Prataap’s strijd wordt vergemakkelijkt wanneer hij een aangename verrassing ontvangt van zijn generaal Bhamashah. Na de slag van Haldighati valt deze met zijn deel van het leger het Mughal district Malwa binnen en weet hij 20.000 gouden muntstukken en 2,5 miljoen Rupees buit te maken. Bhamashah is nog steeds trouw aan Prataap en schenkt hem de volledige buit, zodat hij zich kan organiseren en een nieuw leger kan opbouwen.

Nu hij nieuwe middelen ter beschikking heeft, bouwt Prataap in de heuvels van Aravalli een nieuw leger op waarmee hij aanvallen uitvoert op de vestingen van de Mughals. De Mughal keizer Akbar stuurt als antwoord hierop verscheidene legermissies richting Prataap. Eén van deze missies in 1581 AD wordt aangevoerd door Abdul Rahim Khankhana. Zijn kamp wordt op een gegeven moment aangevallen door Amar Singh, de zoon van Maharana Prataap. Bij deze aanval weet Amar Singh een groep vrouwen tot krijgsgevangene te maken. Wanneer hij met deze groep terugkeert naar het kamp van Maharana Prataap wordt zijn handelen verworpen door zijn vader. Prataap maakt duidelijke dat vrouwen geen deel uitmaken van de strijd en beveelt zijn zoon om hen met respect terug te brengen naar Abdul Rahim. Deze is zo diep geraakt door de handelswijze die Prataap tentoonstelt, dat hij weigert hem aan te vallen en terugkeert naar Agra.

De slag van Dewair & de nadagen

De succesvolle manier waarop Maharana Prataap zich opnieuw weet te organiseren, zorgt voor een groei van aanhang en invloed. Dit leidt uiteindelijk tot de slag van Dewair die begint op Vijaya Dashmi van het jaar 1582 AD. Deze strijd eindigt met een verpletterende overwinning voor Prataap, waarbij hij een groot deel van Mewar terug weet te winnen. In de daaropvolgende jaren blijft hij doorgaan met het bevrijden van zijn koninkrijk.

In 1585 AD maakt Prataap van de stad Chavand de hoofdstad van zijn rijk. Daarvandaan zet hij zijn strijd voor de volledige onafhankelijkheid van zijn rijk voort. Gedurende de volgende 12 jaar strijdt hij in vele veldslagen tegen de Mughals en weet hij zijn koninkrijk vrij te houden en uit te breiden. Het lukt Prataap om 77 van de 80 forten in Mewar terug te winnen. Tussen de drie forten die ontbreken zit het belangrijkste doel voor Maharana Prataap; Chittor, de voormalige hoofdstad van zijn koninkrijk. Hij is volop bezig met zijn vrijheidsstrijd wanneer hij door een jachtongelijk zwaar gewond raakt. Op 19 januari 1597 AD overlijdt Maharana Prataap Singh op 56-jarige leeftijd.

Maharana Prataap Singh’s nalatenschap

Maharana Prataap Singh heeft gedurende zijn leven vele moeilijke momenten gekend. Van jongs af aan heeft hij de gevolgen van het superioriteitsgevoel van de Mughals, die vonden dat zij de Hindu’s aan zich moesten onderwerpen, ervaren. Hij heeft vele tegenslagen gekend; van het verlies van Chittor in 1568 AD tot het verlies van de slag van Haldighati in 1576 AD. Maar hij heeft zich ondanks de moeilijkheden gehouden aan zijn Dharm als koning en zich continu ingezet voor de vrijheid, veiligheid en het welzijn van zijn volk.

Zijn standvastigheid, trots en doorzettingsvermogen hebben ervoor gezorgd dat hij in staat was om als enige Rajput koning tegen de Mughals in te gaan en zijn koninkrijk terug te winnen. Het is hem niet gelukt om het ultieme doel, een volledig onafhankelijk Mewar en een Bharat waar Hindu’s vrij kunnen leven, zelf te realiseren. Maar door zijn keuze om niet te zwichten voor onrechtvaardigheid is hij een inspiratiebron geweest voor de strijders die ruim 100 jaar later Rajasthan en heel Bharat hebben weten te bevrijden van de Mughals.

jo drirh rakhe dharm ko, tihi rakhe kartar
Wie Dharm standvastig beschermt, wordt beschermd door Bhagwan
~ Maharana Prataap Singh ~