Maharishi Valmiki

In het leven zijn we continu bezig om onszelf te ontwikkelen om iets beters te bereiken dan we nu hebben. Tijdens deze ontwikkeling ondergaan we iedere keer kleine transformaties waarbij we nieuwe opgedane kennis en wijsheid toepassen. Naarmate de kennis en wijsheid grootser is en de toepassing hiervan serieuzer wordt gedaan, wordt de transformatie die we ondergaan groter en ingrijpender, en kan deze zelfs leiden tot het bereiken van het allerhoogste. Een persoon die door middel van zijn leven heeft laten zien welke transformatie je kunt ondergaan wanneer je opgedane kennis en wijsheid ten volste toepast is Maharishi Valmiki.

Ratnakar de rover

Maharishi Valmiki is geboren in de Treta Yuga als zoon van Sumali en krijgt bij zijn geboorte de naam Ratnakar. Aan Ratnakar is op geen enkele manier te zien dat hij later een grote Rishi zal worden. Hij is een sterke jongen die heel goed kan vechten en heel gemakkelijk met wapens kan omgaan. Naarmate hij groter wordt, wordt hij zich steeds bewuster van zijn kracht. Hij komt erachter dat hij dingen makkelijk gedaan kan krijgen door misbruik te maken van het feit dat hij zo sterk en behendig is. Hij gebruikt zijn kracht dan ook om op een makkelijke (maar verkeerde) manier zijn verantwoordelijkheden na te komen. Als jongeman moet hij namelijk zorgen voor zijn oude ouders, zijn vrouw en zijn kinderen. Dit doet hij door mensen te beroven. Wanneer ze gemakkelijk hun bezittingen geven dan spaart hij de mensen, maar wanneer iemand zich verzet schuwt hij geweld niet. Dit zorgt ervoor dat hij zeer berucht wordt.

Ontmoeting met Narad

Op een dag heeft Ratnakar zich verscholen in een bos en wacht hij op zijn volgende slachtoffer. In de verte ziet hij een Rishi die zijn kant op loopt. Deze Rishi heeft geen waardevolle bezittingen bij zich. Het enige wat waardevol lijkt is de Tamboora die hij bij zich heeft. Ratnakar wacht tot de Rishi vlak bij hem is en valt dan aan.

'Blijf staan en geef al je bezittingen', schreeuwt Ratnakar, terwijl hij een mes trekt. De Rishi stopt, kijkt hem heel rustig aan en zegt heel kalm: 'Rustig aan jongeman. Wat is er aan de hand?’ Ratnakar is verrast door deze reactie. Normaal worden mensen heel bang en raken ze in paniek, maar deze Rishi laat geen enkel spoortje angst zien. Ratnakar probeert hem te intimideren en zegt: ‘Geef al je bezittingen en probeer me niet slim af te zijn. Anders vermoord ik je!’ De Rishi begint te lachen en zegt: ‘Bezittingen? Lijk ik op een persoon die waardevolle bezittingen heeft? Het enige wat ik heb is deze Tamboora. Je mag het hebben, als je wil.’

De reactie van de Rishi geeft Ratnakar een ongemakkelijk gevoel. Hij heeft nog nooit meegemaakt dat iemand zo kalm blijft tijdens een beroving en zonder enige moeite zijn bezittingen geeft. Ratnakar wordt hierdoor nieuwsgierig en vraagt aan de Rishi: ‘Wie bent u eigenlijk?’ De Rishi antwoordt: ‘Ik ben Narad, de zoon van Brahma.’ Ratnakar gelooft zijn oren niet. Het kan toch niet zo zijn dat Devrishi Narad nu voor hem staat. Dit moet vast een spion van de koning zijn die is gekomen om zijn locatie door te geven aan de koning, zodat hij gevangen kan worden genomen. ‘Ik geloof je niet. Je bent een spion die is gekomen om mij op te zoeken en te verraden. Ik zal je doden, anders zul je aan de koning doorgeven waar ik ben en wordt ik gevangen genomen’, zegt Ratnakar.

‘Je weet dat dit een zonde is, toch?’, vraagt Narad. Ratnakar antwoordt: ‘Ja, dus?! Ik moet dit doen om te zorgen voor mijn familie. Als ik dit niet doe, dan zullen zijn omkomen van de honger.’ ‘Als je er zo over denkt, zou ik je dan een laatste vraag mogen stellen voordat je me dood? Je zei dat je dit doet voor je familie. Zou je aan je familie willen vragen of ze bereid zijn jouw zonden te delen?’ Deze vraag zet Ratnakar aan het denken. Hij doet dit alles voor zijn familie, dus dan zouden zij zijn zonden met hem moeten delen. Ratnakar wil het antwoord op deze vraag weten en besluit om het volgende te doen. ‘Narad, ik zal jou hier aan een boom vastbinden en naar huis gaan om deze vraag te stellen. Wanneer ik het antwoord heb, zal ik terugkomen om dit aan je te vertellen en je te doden.’

In de overtuiging dat zijn familie zijn daden steunt en zijn zonden zal delen gaat Ratnakar naar huis. Als eerste ziet hij zijn vader Sumali die voor het huis zit. Hij loopt naar hem toe en vraagt hem: 'Vader, om ervoor te zorgen dat u en de anderen te eten hebben en een dak boven het hoofd hebben beroof ik mensen. Ik bega deze zonden voor u en de anderen. Dan is het toch zo dat u de zonden met mij moet delen?' Ratnakar's vader kijkt hem verbaasd aan en antwoordt: 'Natuurlijk niet! Het is jouw taak om voor ons te zorgen. Op welke manier je dit doet is je eigen keus. Wanneer jij er dan voor kiest om anderen te beroven, dan ben jij en alleen jij verantwoordelijk voor deze zonden. Ik ga dit dus zeker niet met je delen.'

Ratnakar is geschokt door het antwoord en loopt het huis binnen opzoek naar zijn vrouw. Zij is zijn wederhelft en zal de zonden zeker met hem willen delen. Wanneer hij dezelfde vraag aan zijn vrouw stelt, krijgt Ratnakar een soortgelijk antwoord. 'Het zorgen voor mij en onze kinderen is jouw taak. Ik heb je niet gezegd om hiervoor anderen te beroven. Dit heb je zelf besloten. Jij zult dus ook alleen de gevolgen van deze zonden moeten dragen.' Dit antwoord komt aan als een klap in het gezicht van Ratnakar. Hij stelt de vraag ook aan de overige familieleden, maar niemand wil hem bijstaan. Ratnakar ziet in dat hij gedoemd is om alleen te boeten voor de zonden die hij heeft begaan, omdat alleen hij ervoor verantwoordelijk is.

De transformatie van Ratnakar naar Valmiki

Met pijn en verdriet gaat Ratnakar terug naar de plaats waar hij Narad heeft vastgebonden. Hij maakt Narad los en vertelt hem dat niemand zijn zonden met hem wilde delen. ‘Iedereen zei dat het mijn eigen zonden zijn en dat alleen ik ervoor verantwoordelijk ben. Ik ben een grote zondaar. Ik heb zoveel slechte dingen gedaan.’ Na dit gezegd te hebben stort Ratnakar in elkaar en begint hij te huilen. Hij heeft geen hoop meer op een goede toekomst. Narad helpt hem weer overeind en zegt: ‘Ratanakar, luister goed naar me. Wanneer je spijt hebt van je zonden, dan is er altijd een manier om deze goed te maken. Neem hier plaats en begin nu met je Tapasya door te mediteren op Bhagwan en met de naam ‘Raam’ als Mantra. Hiermee zul je jezelf reinigen van al je zonden.’

‘Hoe lang zal ik dit moeten doen?’, vraagt Ratnakar. ‘Totdat ik terugkom om je te halen’, zegt Narad. Ratnakar luistert naar de wijze raad van Narad en begint meteen met zijn Tapasya. Dagen en over in maanden en maanden in jaren. Dag in, dag uit mediteert Ratnakar op dezelfde plek in het bos en probeert hij zijn innerlijk en zijn daden te reinigen. De Tapasya van Ratnakar duurt zo lang dat de mieren van het bos een mierenhoop om hem heen bouwen. Net zoals een rups in een cocon verandert in een mooie vlinder, zo transformeert Ratnakar in de mierenhoop van een rover in een Maharishi. Door zijn meditatie bereikt hij het hoogste niveau van bewustzijn en ervaart hij eenheid met Bhagwan. Nadat hij deze staat heeft bereikt, verschijnt Narad om hem te vertellen dat hij de zonden van al zijn slechte daden heeft gereinigd en dat hij vanaf dat moment door het leven zal gaan als Maharishi Valmiki. In het Sanskrit betekent het woord ‘Valmik’ mierenhoop en Valmiki is de Rishi die is ‘herboren’ uit een mierenhoop. Daarom krijgt hij van Narad deze naam.

Het nalatenschap van Maharishi Valmiki

Na het bereiken van de staat van Maharishi bouwt Valmiki een Ashram waar hij studenten ontvangt die hij de kennis van Dharm meegeeft. Hier wordt hij na enige tijd opnieuw bezocht door Narad. Tijdens het bezoek vraag Valmiki aan Narad: ‘Wie is de ideale mens?’ Als antwoord op deze vraag vertelt Narad het verhaal van Maryada Purushottam Shri Raam. Dit verhaal staat bekend als de Sankshepa Ramayan en is de basis voor het dichtwerk dat Valmiki later zal schrijven. Valmiki raakt vervuld van gelukzaligheid na het horen van Narad’s antwoord. Hij gaat in deze staat van harmonie naar de rivier Tamas om een bad te nemen. Daar aangekomen ziet hij een paar visarenden die liefdevol rondzwemmen. Terwijl Valmiki naar het paar kijkt, wordt het mannetje geraakt door een pijl. Wanneer Valmiki omkijkt ziet hij een jager staan. Hij is diep geschokt door de daad van de jager en spreekt de volgende woorden uit.

maa nishaada pratishthaam tvamagamah shaashvateeh samaah,
yatkraunchamithunaadekam avadheeh kaamamohitam.

Jij zult geen rust vinden voor de lengte van jouw dagen,
omdat je onverwacht een vogel gebonden in liefde hebt gedood.

Deze twee regels zijn de allereerste woorden in de dichtmaat die de Anushtup Chhand wordt genoemd en staan bekend als de eerste Shlok uit de Sanskrit literatuur. Nadat Valmiki terugkomt bij zijn Ashram verschijnt Brahma voor hem en geeft het de opdracht om het verhaal dat hij van Narad heeft gehoord op te schrijven in de dichtvorm die hij zojuist zelf heeft uitgevonden. Valmiki begint aan zijn opdracht en beschrijft in bijna 24.000 verzen het verhaal van Shri Raam. Het dichtwerk dat hij creëert wordt de Valmiki Ramayan genoemd en staat bekend als de eerste Kaavya ter wereld. Omdat Valmiki de schrijver is van dit dichtwerk wordt hij Adi Kavi genoemd, wat letterlijk eerste dichter betekent. Valmiki beperkt zich niet tot de Ramayan en schrijft ook andere dichtwerken, waarvan de Yoga Vasisth de bekendste is. Dit werk bestaande uit 32.000 verzen beantwoord alle grote levensvragen en geeft antwoorden die leiden tot het realiseren van de hoogste Waarheid.

Het levenspad van Valmiki doorkruist het pad van de hoofdpersoon van zijn grootste werk, Shri Raam, wanneer hij Sita opvangt tijdens haar Vanvaas en de Guru wordt van zijn zoons, Luv en Kush. Naast de kennis die hij hun meegeeft over krijgskunst en Dharm, zijn zij ook de eerste twee leerlingen aan wie Valmiki de Ramayan leert.

Het is vrij onwerkelijk om te zien dat een persoon die ooit een beruchte rover was, de schrijver is van één van de grootste dichtwerken die de mensheid kent en een niveau heeft weten te bereiken waardoor hij de leermeester is geweest van velen, waaronder de zonen van Shri Raam. Door middel van zijn leven heeft Valmiki daadwerkelijk laten zien welke transformatie een mens kan ondergaan wanneer hij de wijsheid die hij ontvangt van anderen ter harte neemt en deze wijsheid gebruikt om zich te ontwikkelen tot een beter mens die het beste uit zichzelf haalt.