Swami Vivekanand

‘Sister and Brothers of America ...’

Het uitspreken van deze woorden tijdens zijn openingstoespraak op het Parliament of the World’s Religions op 11 september 1893 maakt van hem in één klap een beroemdheid. Achter deze woorden schuilt het verhaal van een Mahapurush (grootheid), die door zijn levenswerk een grote inspiratiebron is voor de gehele mensheid: Swami Vivekanand.

Geboorte & Jeugd

Op 12 januari 1863 wordt Swami Vivekanand geboren als Narendranath Datta (bekend als Naren), zoon van Vishwanath Datta en Bhuvaneshwari Devi. Zijn vader is een jurist bij het Hooggerechtshof in Calcutta, waardoor Naren in welvaart opgroeit. Van kleins af aan is hij gefascineerd door Sanyasi’s (monnik) en op de momenten dat hij kan spelen, mediteert hij heel vaak urenlang vanuit zichzelf. Zijn moeder merkt dit op en vormt hem op spiritueel gebied door hem de basiskennis van de Hindu Dharm mee te geven. Later in zijn leven verklaart Swami Vivekanand dat het de opvoeding van zijn moeder is geweest, waardoor hij tot zijn grootse daden in staat was.

Educatie & spirituele zoektocht

Aangezien Naren in een welgestelde familie opgroeit, krijgt hij van jongs af aan goede educatie. Hij valt op door zijn intelligentie en ijver, waardoor hij hele hoge cijfers haalt. Hij houdt van lezen en is geïnteresseerd in vele onderwerpen, variërend van filosofie en religie tot kunst en geschiedenis. De Hindu Dharmgranth (heilige geschriften) fascineren hem en hij neemt vele van deze geschriften door, waaronder de Ved, Upanishad en Bhagwad Geeta. Naren ontwikkelt zich niet alleen op het gebied van leren en lezen, maar ook op het gebied van zangkunst van de Indiase klassieke muziek en sport. Dit draagt bij aan zijn vorming tot een evenwichtige persoon.

Naren’s interesses leiden tot de keuze om vanaf 1880 Westerse logica, Westerse filosofie en geschiedenis te studeren aan General Assembly’s Institution in Calcutta. Ook aan de universiteit valt hij op door zijn talent om veel informatie op te nemen en zijn kritische kijk op zaken. Gedurende zijn studie bestudeert hij de werken van bekende Westerse filosofen, zoals Immanuel Kant, Baruch Spinoza en Arthur Schopenhauer. Naast zijn studie houdt hij zich nog steeds bezig met het bestuderen van Sanskriet literatuur. Zijn drang naar kennis over de hoogste spirituele waarheid groeit.

In zijn zoektocht naar het antwoord op de vraag ‘Wie of wat is Bhagwan nou eigenlijk?’ komt hij als eerste terecht bij de Brahmo Samaj. Dit is op dat moment een vrij nieuwe stroming die uitgaat van een vormloze God en zich afzet tegen de verering van Murti’s (beeld). Daarnaast zet de Samaj zich in voor sociale hervormingen die de ongelijkheid binnen de samenleving weg zullen nemen. Naren kan zich vinden in deze filosofie van de Brahmo Samaj, maar hij neemt geen genoegen met hun woorden. Hij stelt aan verschillende leiders van de stroming de vraag: ‘Heeft u God gezien?’ Geen van hen is in staat om deze vraag met een ‘Ja’ te beantwoorden. Naren laat het er niet bij zitten en zoekt verder naar de persoon die zijn vragen wel kan beantwoorden.

Shri Ramakrishna Paramhans

Tijdens één van zijn colleges hoort Naren over de staat van trance. Wanneer hij aan zijn docent vraagt wat dit precies inhoudt, adviseert hij hem om Shri Ramakrishna te bezoeken. Hij is, voor zover de docent weet, de enige persoon die de staat van trance heeft ervaren en kan Naren precies uitleggen wat het is. Dit is de eerste keer dat Naren over Shri Ramakrishna hoort. Uit nieuwsgierigheid besluit hij in november 1881 om naar Dakshineswar te gaan om hem te ontmoeten.

Wanneer Shri Ramakrishna en Naren elkaar voor het eerst ontmoeten is Ramakrishna vervuld van vreugde. De Shishya (discipel) waar hij zo lang op heeft moeten wachten, is eindelijk bij hem gekomen. Naren is onder de indruk van Ramakrishna, maar ook sceptisch. Hij stelt hem dezelfde vraag die hij aan alle religieuze leiders stelt: ‘Heeft u God gezien?’ Ramakrishna antwoordt: ‘Ja, ik heb Hem gezien net zoals ik jou nu zie.’ Naren is niet meteen overtuigd van de waarheidsgetrouwheid van het antwoord. Hij twijfelt aan de beschrijvingen die Shri Ramakrishna geeft over de hoogste staat van bewustzijn en interpreteert ze als verbeeldingen en hallucinaties. Het feit dat Ramakrishna een Bhakt (devoot) is van Kali Mata vergroot de twijfel van Naren, die nog steeds lid is van de Brahmo Samaj en tegen beeldenverering is. Toch blijft hij keer op keer terugkomen naar Shri Ramakrishna, omdat hij met veel geduld en liefde zijn vragen beantwoordt en zijn twijfels wegneemt. Geleidelijk aan verandert Naren van een scepticus in een volgeling van Ramakrishna.

In 1884 vindt er een ingrijpende gebeurtenis plaats in het leven van Naren. Zijn vader komt plotseling te overlijden. De kostwinner valt weg, waardoor de familie in ernstige geldproblemen terecht komt. Het rijkeluiskind Naren is ineens één van de armsten onder zijn medestudenten. Om zijn familie financieel bij te kunnen staan, probeert Naren werk te vinden, maar dit lukt niet. Dit is een roerige periode in het leven van Naren, waardoor hij zelfs begint te twijfelen aan Bhagwan.

Dankzij de steun en lering van Shri Ramakrishna Paramhans lukt het Naren om de moeilijke tijden door te komen. Hij ziet in dat Shri Ramakrishna de persoon is die hem naar zijn levensdoel kan begeleiden en accepteert hem volledig als zijn Guru (leraar). Ook komt hij tot de realisatie dat zijn levensmissie ligt in het bereiken van Bhagwan en het verspreiden van Hindu Dharm. Daarom besluit hij om zich na zijn afstuderen in 1884 volledig te wijden aan de spirituele lering van zijn Guru.

Ramakrishna Math

Vanaf zijn komst in de Ashram (hermitage) van Shri Ramakrishna in Dakshineshwar zet Naren zich volledig in om de spirituele kennis van zijn Guru eigen te maken en zichzelf spiritueel te ontwikkelen. Naarmate de tijd vordert ziet hij dat hij steeds dichter bij het antwoord op zijn vraag komt en dat er een moment zal komen waarop hij daadwerkelijk weet wie Bhagwan is. In 1885 slaat het onheil echter toe. Bij Shri Ramakrishna wordt keelkanker vastgesteld en het is duidelijk dathet een kwestie van tijd is voordat hij zijn lichaam zal moeten verlaten. Het hele gezelschap verhuist naar Calcutta, waar Naren en de andere discipelen zorgen voor Shri Ramakrishna.

De diagnose van keelkanker vormt geen blokkade in de verdere educatie en ontplooiing van Naren. Onder begeleiding van Shri Ramakrishna bereikt Naren de staat van Nirvikalpa Samadhi; de staat van bewustzijn waar hij Bhagwan daadwerkelijk ervaart. Na een zoektocht van jaren weet hij vanaf dat moment wie Bhagwan is. Hij ontvangt samen met andere discipelen de kledij van Mathvasi’s (monnik) van zijn Guru en gezamenlijk richten zij de Ramakrishna Math klooster) op. Het motto van dit klooster is:

nar seva narayan seva
Het dienen van de mens is het dienen van Bhagwan

Na een ziekbed van ruim een jaar gaat Shri Ramakrishna op 16 augstus 1886 heen. Zoals vooraf besloten door zijn Guru, wordt Naren leider van de Math. Het gemis van Ramakrishna zorgt ervoor dat vele volgelingen hun donaties aan de Math stopzetten. Ook verlaten veel monniken het klooster en kiezen ze voor de Grihasth (het huwelijksleven). Omdat het niet meer lukt om de kosten van de Math in Calcutta te dragen, besluit Naren om te verhuizen naar Baranagar. Na het afleggen van de formele eed van Sanyasi’s laat Naren zijn wereldse naam achter zich en neemt hij de naam Swami Vividishanand aan.

Rondtrekkende monnik

In 1888 besluit Swami Vividishanand om de Math te verlaten en als Parivraajak (ongebondene) door Bharat te reizen. Van 1888 tot 1890 reist hij door het noorden van Bharat en komt hij vele Swami’s en Sants tegen. Hij wisselt van gedachte met hen en leert meer over Dharm. Alle Swami’s die met hem spreken zijn onder de indruk van zijn kennis en kundigheid op zo’n jonge leeftijd (25 jaar) en zien duidelijk tekenen van grootsheid in hem.

Tijdens zijn reizen komt Swami Vividishanand achter de situatie van Bharat door de buitenlandse overheersing. Overal waar hij komt, ziet hij armoede en onderdrukking. Door het prediken van de leer van zijn Guru en het verspreiden van Hindu Dharm probeert hij een bijdrage te leveren om de situatie te veranderen. Na twee jaar reizen keert hij terug in de Baranagar Math voor een kort verblijf. 

In 1890 vertrekt hij vervolgens weer richting de Himalaya. Daar bezoekt hij tot 1891 verschillende Tirthsthaan (bedevaartsoord), ontmoet hij meerdere Sants en breidt hij zijn kennis verder uit. Na zijn verblijf in de Himalaya trekt hij met zijn nieuwe kennis en ervaring van 1891 tot 1893 door de rest van Bharat. Zijn tocht gaat van Rajputana (het huidige Rajasthan) via Maharashtra en Goa naar Zuid-India waar hij via Kanyakumari eindigt in Madras (het huidige Chennai). In Rajputana raakt hij bevriend met Raja Ajit Singh van Khetri. Deze is heel enthousiast over de kennis en lering die Vividishanand verspreidt en wordt een aanhanger van hem. Raja Ajit Singh is van mening dat de Swami niet Vividish (hij die tracht te weten) is, maar Vivek (hij die wijsheid heeft) is en zegt hem dat de naam Vivekanand veel beter bij hem past. Vividishanand neemt deze naam echter nog niet aan.

In Maharashtra komt de Swami in contact met Thakur Saheb Jaswant Singh. Deze Thakur heeft reizen gemaakt naar Engeland en de Verenigde Staten en vertelt Vividishanand hierover. Hier krijgt hij voor het eerst het idee om de kennis van de Vedanta te verspreiden in het Westen. Hij reist verder naar Kathiawar waar hij voor het eerst hoort over het Parliament of the World’s Religions. Zijn volgelingen zijn meteen enthousiast en vinden dat Vividishanand hier naartoe moet gaan. Deze twijfelt zelf nog en stelt het besluit hierover uit.

Het vervolg van zijn reis leidt Vividishanand naar Kanyakumari waar hij drie dagen lang mediteert op een grote rots die het meest zuidelijke punt van Bharat vormt; de plaats die nu bekend staat als de Vivekanand Rock Memorial. Op deze plaats realiseert hij tijdens zijn meditatie dat het zijn taak is om de Janata (het volk) van India wakker te schudden en haar trots terug te geven. De massa moet opstaan, het lot zelf in haar eigen hand nemen en zich inzetten om de grote maatschappelijke problemen op te lossen.

Met zijn visie over de toekomst van Bharat reist Vividishanand door naar Madras. Hier ziet hij tijdens een droom dat zijn Guru vanaf de kust van India de oceaan inloopt. Vividishanand begrijpt dat dit een symbolische boodschap is, waarin hem duidelijk wordt gemaakt dat hij naar het Westen moet gaan. Daar zal hij de middelen vinden die hem in staat zullen stellen om de maatschappelijke problemen van India aan te pakken. Hij neem het definitieve besluit om naar het Parliament of the World’s Religions te gaan. Met de hulp van Raja Ajit Singh, de Raja’s van Mysore en Ramnad, en zijn volgelingen lukt het om voldoende geld in te zamelen, zodat hij de Yatra (reis) kan maken. Hij neemt de naam Vivekanand aan, de naam waarmee hij wereldberoemd zal worden, en vertrekt op 31 mei 1893 richting Chicago.

Parliament of the World’s Religions

Eind juli arriveert Swami Vivekanand in Chicago, waar hij erachter komt dat het congres pas in september zal plaatsvinden. Daarnaast heeft hij een aanbevelingsbrief nodig van een gevestigd instituut om deel te nemen als afgevaardigde, maar de aanmeldingsperiode is al verlopen. Ondanks deze tegenslagen geeft Vivekanand niet op. Hij is naar Amerika gekomen met de Lakshya (het doel) om bij het congres aanwezig te zijn en zal dat doel ook bereiken.

Omdat hij niet voldoende geld bij zich heeft en het leven in Chicago heel duur is, verhuist Vivekanand naar Boston. Daar komt hij in contact met professor J.H. Wright die Grieks doceert aan de Harvard Universiteit. De professor heeft al heel gauw door dat Vivekanand een man van grote wijsheid is die nationale bekendheid verdient. Hij neemt de verantwoordelijkheid op zich om Swami Vivekanand als Pratinidhi (afgevaardigde) van de Hindu Dharm op het congres te krijgen. Professor Wright neemt contact op met de voorzitter van de selectiecommissie voor het congres en geeft aan dat Vivekanand meer kennis heeft dan alle professoren van Harvard bij elkaar. Deze sterke aanbeveling zorgt ervoor dat Vivekanand wordt toegelaten als vertegenwoordiger en spreker van de Hindu Dharm.

Op 11 september 1893 is het dan zover. Het Parliament of the World’s Religions wordt geopend en Vivekanand spreekt de woorden ‘Sisters and Brothers of America’ uit, waarmee hij de harten van het publiek weet te winnen. Zijn kennis en kundigheid als spreker maken hem tot de meest geliefde spreker van het congres. De boodschap van tolerantie, acceptatie, respect voor alle religiën en universele broederschap, die hij gedurende de twee weken van het Parliament verkondigt, maakt velen nieuwsgierig naar de filosofie van de Hindu Dharm. Het congres zorgt voor nationale bekendheid van deze ‘monnik uit India’ en van over het hele land ontvangt hij verzoeken om te komen spreken en mensen meer te leren over de Hindu Dharm.

De volgende twee jaar (1893 tot 1895) reist Swami Vivekanand door Amerika en geeft hij in onder andere Boston, Detroit en New York lezingen over de kennis van de Ved. In 1884 wordt de ‘Vedanta Society of New York’ opgericht, een kenniscentrum waar de Hindu Dharm en Vedanta vandaag de dag nog worden bestudeerd. Vanuit Amerika reist hij in 1895 en 1896 naar Engeland. Hier ontmoet hij Margaret Elizabeth Noble, die later bekend zal worden als Bhagini Nivedita. Net als in New York wordt ook in Londen een Vedanta centrum opgericht.

Terugkeer naar India

Na ruim drie en een half jaar doorgebracht te hebben in het buitenland keert Swami Vivekanand op 15 januari 1897 in Bharat. Vanaf dat moment zet hij zich volledig in voor heropleving van India door het publiek de boodschap van Garv (trots), Deshbhakti (vaderlandsliefde) en Svatantrata (onafhankelijkheid) mee te geven. Ook zorgt hij voor educatie van vrouwen, armen en achtergestelden, omdat hij weet dat educatie de oplossing is voor de problemen van het land.

‘Onze eerste taak is om het volk educatie te geven ... Als de achtergestelden niet naar het onderwijs kunnen komen, dan moet het onderwijs naar hen toe gaan bij de ploeg, de fabriek, overal.’

Zijn reis door het Westen heeft gezorgd voor grote donaties van Westerse volgelingen. Hiermee richt hij op 1 mei 1897 de Ramakrishna Mission op, een organisatie die zich inzet voor Samaaj Sewa (maatschappelijke dienstverlening). Het motto van de Ramakrishna Mission is:

aatmano mokshaartam jagat hitaaya cha
Voor de eigen verlossing en het welzijn van de wereld

Daarnaast vindt de bouw van het klooster Belur Math plaats dat op 9 december 1898 wordt geopend. Deze Math is vandaag de dag nog de Mukhyalay (het hoofdkwartier) van de Ramakrishna Math en Ramakrishna Mission. De wereldwijde activiteiten van de organisatie worden van hieruit gecoördineerd. Op deze manier zet de hele organisatie zich in voor de ontwikkeling van Bharat en het verspreiden van Hindu Dharm in de wereld.

Naast de Belur Math wordt in Mayavati in de Himalaya de Advaita Ashram opgericht. Van hieruit vindt de publicatie van het maandblad Prabuddha Bharat (ontwaak Bharat) plaats. Dit maandblad wordt nog steeds uitgegeven. Verder worden de werken van Swami Vivekanand over Yog, Ved en Vedanta hier uitgewerkt en uitgegeven. Deze werken worden gelezen door vrijheidsstrijders als Mahatma Gandhi, Lokmanya Tilak en Subhas Chandra Bose en zijn een grote inspiratiebron voor hen in de strijd om de onafhankelijkheid van Bharat.

Tweede bezoek aan het Westen In juni 1899 vertrekt Swami Vivekanand uit Bharat voor een tweede rondreis door het Westen. Tijdens deze reis wordt de Vedanta Society van San Francisco opgericht en bezoekt Swami Vivekanand het Congress of Religions van 1900 in Parijs. Hij reist door Italië, Griekenland, Turkije en Egypte en keert op 9 december 1900 terug in Calcutta. Daar richt hij zich op zijn werk als leider van de Ramakrishna Mission en houdt hij overzicht over het werk van de organisatie in Bharat, Amerika en Engeland.

Mahasamadhi
Het hectische bestaan en harde werk eist zijn tol van het lichaam van Swami Vivekanand. Gedurende zijn leven is er een moment geweest waarop hij heeft gezegd:

‘Het kan zijn dat er een moment komt waarop ik het goed zal vinden om mijn lichaam te verlaten, om het uit te doen als een versleten kledingstuk. Maar ik zal niet stoppen met werken. Ik zal mensen overal inspireren tot de wereld zal weten dat het één is met Paramatma.’

Op 4 juli 1902 verlaat hij zijn lichaam op 39-jarige leeftijd. Zijn lichaam wordt gecremeerd op het terrein van de Belur Math langs de oevers van de Ganga. Op deze plek staat vandaag de dag de Swami Vivekanand tempel.

Vivekanand heeft zijn belofte om niet te stoppen met werken en mensen te blijven inspireren waargemaakt. Overal ter wereld zorgen zijn levensverhaal en boeken voor verandering in de levens van mensen. Een mooie beschrijving van de betekenis die Swami Vivekanand heeft gehad voor de mensheid is gegeven door Subhas Chandra Bose.

‘Hij was zo groot, zo diepzinnig, zo complex. Een Yogi van het hoogste spirituele niveau rechtstreeks communicerend met de hoogste Waarheid, die zijn hele leven heeft gewijd aan de morele en spirituele verheffing van zijn land en de mensheid.’

Swami Vivekanand heeft vele eigenschappen die hem tot een voorbeeld maken voor ons. Met zijn kritische blik en doorzettingsvermogen bij zijn zoektocht naar de hoogste waarheid, zijn inzet en opofferingsgezindheid bij het verhelpen van maatschappelijke problemen en zijn zelfvertrouwen en trots bij het verspreiden van de Hindu Dharm is hij het levende voorbeeld van de leuze:

uttishthata, jaagrata, praapya varaannibodhata
Sta op! Ontwaak! Stop niet tot het doel is bereikt!