Een hongerige hond

Ergens in een dorp woonde eens een hond bij zijn baas. De mensen in dat dorp waren afhankelijk van het werk dat zij op het land deden. Het had lange tijd niet geregend, dus was dit jaar de oogst mislukt. De voorraad eten raakte langzamerhand op. De mensen in het dorp begonnen honger te lijden. Ook de hond en zijn baas raakten door hun voorraad eten heen.

Op een dag vond de hongerige hond, al zwervend door de straten van het dorp, een stukje brood. Hij was erg blij, want nu kon hij zijn honger stillen. De hond nam het stukje brood in zijn bek en rende naar huis om het rustig op te kunnen eten, zonder door de andere dorpshonden lastig gevallen te worden. Onderweg kwam de hond een brug tegen die liep over een kleine sloot.

Toen de hond over de brug rende, keek hij naar beneden en zag zijn spiegelbeeld in het water van de sloot. Hij dacht dat het een andere hond was, die ook een stukje brood had gevonden. Nu wilde de hond het ander stukje brood ook hebben, want dan had hij, samen met zijn eigen stukje brood, een groot stuk brood om zijn honger te kunnen stillen. Dus begon hij te blaffen en te grommen naar de hond in het water. Zodra hij zijn bek opende, viel zijn stukje brood in het water en verdween uit het zicht. Nu had de hond helemaal geen brood meer en bleef de hele dag met een lege maag.

Wie ontevreden is over wat hij heeft en uit hebzucht dat van anderen ook wil hebben, zal uiteindelijk helemaal niets hebben. Het is daarom verstandig om tevreden te zijn met datgene wat je hebt. Zoals een welbekend Nederlands spreekwoord het goed weergeeft: ‘beter een halve ei dan een lege dop’.