Een oude tuinman

In een ver land woonde ooit een Raja. Deze Raja stond erom bekend dat hij altijd recht sprak. Hij stond altijd klaar ten dienste van het volk en het land. Er was geen goed doel waar de Raja geen bijdrage aan heeft gegeven. De mensen waren uiterst tevreden over hun koning en omdat zij een goed voorbeeld aan hem hadden, deden zij ook goede dingen.

Op een dag ging de Raja buiten het paleis wandelen met zijn ministers. Na enige tijd gewandeld te hebben, kwamen zij aan in een tuin. Daar zag de Raja een oude tuinman. De tuinman was bezig een plantje, dat later een grote manjeboom zou worden, te planten. Toen vroeg de Raja aan de oude tuinman: “Werk je hier voor een baas of is dit jouw eigen tuin?” De oude tuinman antwoordde: “Dit is mijn eigen tuin.” De Raja was verbaasd door het antwoord van de tuinman en vroeg: “Je plant nu dit jong plantje. Weet jij misschien niet dat het wel honderd jaren zal duren voordat het uitgegroeid zal zijn tot een grote manjeboom en dat je niet zolang zult blijven leven om er de vruchten van te kunnen eten?” Toen zei de oude tuinman: “Mijn hele leven heb ik vruchten van bomen gegeten, die anderen hadden geplant. Daarom ga ik dit jong plantje planten, zodat andere mensen later de vruchten ervan kunnen eten.” De Raja was uiterst tevreden. Hij was blij dat er zulke goede mensen in zijn koninkrijk woonden.

Zelfs bomen, rivieren, de zon en de maan doen goede dingen voor anderen, zonder er iets voor terug te vragen. De bomen geven ons lekkere vruchten en schaduw, rivieren geven ons water, de zon geeft ons licht, warmte en energie en de maan geeft ons ‘s avonds licht, zonder in ruil hiervoor iets terug te nemen. Dit moeten wij ook proberen te doen, dienstbaar zijn voor andere mensen, zonder er iets voor terug te vragen (oftewel Sewa). Tevens kan gewezen worden dat handelen niet altijd voordelig voor jou hoeft te zijn. Het is juist goed om te handelen waar andere mensen profijt van hebben, hetzij gelijk of in de verre toekomst. Ook wij zullen een klein plantje moeten planten, zodat onze nageslacht kan genieten van de vruchten van een volgroeide boom.