Upyogi Kahani

Hoogmoed heeft zijn ondergang

Op een dag liepen Shri Krishna en Arjun langs de oevers van de rivier Yamuna. De rivier liet Shri Krishna denken aan zijn gelukkige en speelse jeugd. Arjun dacht echter aan het gevecht tegen de Kauravs die over een paar dagen zou beginnen. Deze gedachte maakte hem bewust van zijn moed en vaardigheden als een boogschutter. “Er is niemand op deze hele wereld die mij kan evenaren als een boogschutter,” dacht Arjun.

Een grote fout

Toen Bhagwaan zag dat veel mensen ongelukkig waren, riep hij op een dag één van hen bij zich en vroeg hem wat hij wilde. De mens zei: “Ik wil in deze wereld vooruitgaan, ik wil gelukkig zijn en ik wil dat iedereen mij prijst.” “Goed”, zei Bhagwaan en gaf de mens twee grote zakken, waarop hij vervolgde: “Neem de twee zakken en zet ze op jouw schouders. De achterste zak is gevuld met de slechte dingen die jouw buurman tijdens zijn leven gedaan heeft. Houd deze zak altijd gesloten.

De koning en de geleerde

Er was eens een raja. Hij heette Vishwadew. Raja Vishwadew was al oud geworden en wilde zich van zijn koninklijke taken en plichten terugtrekken. Hij had een capabele zoon, die hij benoemde tot troonovoplger. Nadat raja Vishwadew het koningschap aan zijn zoon had overhandigd, besloot hij om de Bhagavad Gita te bestuderen. Nu had hij daar alle tijd voor en begon met het bestuderen van de Gita.

Niets is nutteloos

Vroeger gingen jongens naar een Gurukul en bleven daar met hun Guru voor vele jaren om te leren over Hindu Dharma. Wanneer de leerlingen voldoende kennis hadden vergaard, gingen ze met de Aashirvaad van hun Guru terug naar huis en vestigden zij zich in het leven. Op een dag, toen twee Shishya’s op het punt stonden de Gurukul te verlaten en naar huis te gaan, liepen ze eerst naar hun Guru en zeiden: “Gurudev, wilt u ons alstublieft zeggen wat wij u als Gurudakshina mogen geven?”

De reigerfamilie

In een graanveld, vlakbij een dorp, woonden een mannetjesreiger en een vrouwtjesreiger. Zij hadden daar een nest met eieren. De eieren werden gebroed en na een tijdje kwamen er jonge reigertjes uit. Voordat de jonge reigertjes groot genoeg waren om te kunnen vliegen en het nest te verlaten, werd het graan al rijp en moest het binnenkort geoogst worden. De ouder-reigers begonnen zich zorgen te maken.

Pagina's