ekaṃ sadviprā bahudhā vadanti

एकं सद्विप्रा बहुधा वदन्ति
ekaṃ sadviprā bahudhā vadanti
Het Werkelijke is één, de wijzen verkondigen Het op vele manieren.
~ ṛgveda 1.164.46 ~

Op de wereld zijn er vele miljarden mensen. Wanneer je aan een ieder van hen zou vragen wat hun beeld bij śakti (= kracht), ūrjā (= energie) of paramātmā (= Universele Ziel) is, dan zou je een grote verscheidenheid aan beschrijvingen krijgen. Deze verscheidenheid is logisch, aangezien de buddhi (= intellect) van ieder persoon anders is en haar limieten kent. De jñān (= kennis) en anubhav (= ervaring) van ieder mens is anders en bevat slechts een fractie van de totale jñān en anubhav. Dit zorgt ervoor dat een mens de wereld vanuit een gelimiteerd kader bekijkt en twee mensen hele verschillende beelden kunnen hebben bij hetzelfde begrip. Dit betekent niet dat het beeld van de één per definitie juist is en dat van de ander onjuist. Dit betekent dat de beelden verschillend zijn en beiden beelden vanuit hun eigen dṛśya (= oogpunt) juist zijn.

Deze inherente verscheidenheid in prkṛti (= de natuur) is door de ṛṣi’s (= zieners) herkend en erkend, geaccepteerd en gerespecteerd. Ze zagen in dat diezelfde Ene Hoogste Waarheid afhankelijk van het bewustzijnsniveau heel verschillend gezien, benaderd en bereikt kan worden. Ze vochten niet tegen deze eigenschap van prkṛti, maar omarmden haar. In plaats van iedereen te dwingen tot het volgen van één naam, één beeld en één methode, zagen ze in dat het inzetten van verscheidenheid van diezelfde Eenheid zou leiden tot een harmonieuze ontwikkeling van allen. Dit leidde tot de verkondiging van verschillende namen en wegen die leiden naar sad (= Het Werkelijke), zodat een ieder vanaf zijn huidige bewustzijnsniveau tot sad kan komen op de manier die voor hem/haar het meest geschikt is. Met andere woorden: vele wegen leiden naar Rome en iedereen heeft de vrijheid om zijn/haar eigen weg voor spirituele ontwikkeling te kiezen.

Deze subhāṣit (= goede raad) maakt deel uit van de ved (= ware kennis) en vormt één van de basisprincipes van Hindū dharma. Het inspireert ons tot de ontwikkeling van een vicārdhārā (= denkwijze), waarin de eigen denkbeelden gezien worden als één gelimiteerde reflectie van een grote verscheidenheid aan denkbeelden, die allemaal een waarheidsgetrouwe, maar gelimiteerde weerspiegeling zijn van één Allesomvattende Oerenergie, die ligt ten grondslag aan de verscheidenheid die we zien in de wereld om ons heen en ons allen verbindt tot één grote eenheid. Verder leidt het tot een levenswijze, waarin op een verantwoorde en bewuste manier een keuze wordt gemaakt over het pad van (spirituele) ontwikkeling dat men bewandelt en de keuzevrijheid van een ander wordt erkend, gerespecteerd en beschermd, zodat iedereen op zijn/haar eigen manier tot ānand (= gelukzaligheid) kan komen.